Leidscabaretfestival.nl

Brieven 40 jaar LCF

Wim Helsen (finalist 2002) aan alle theatermakers om zich aan te melden

Wim Helsen Leids Cabaret Festival

Jonge vriend(in),

Ergens in het najaar van 1997 stopte mijn jongere broer Jan mij een papiertje toe met daarop het aanmeldingtelefoonnummer van Het Leids Cabaretfestival. Op de Nederlandse tv had hij een programma gezien op het einde waarvan de jonge kijker uitgenodigd werd om zich in te schrijven voor het Leids Cabaret Festival.

Ik had op dat moment samen met een kameraad, Randall Casaer, twee keer opgetreden – op een schoolfeest in Brugge en in een jeugdhonk in Erpe-Mere. Wat precies onze bedoeling was met het duo, wisten we zelf niet zo goed. Een paar toneelvoorstellingen hadden ons geïnspireerd om zelf iets te maken. Die eerste twee optredens waren die bovenal rommelig, vaag, inhoudsloos en woest. Zelf hadden we ze ervaren als grote successen. Bovendien hadden we een goede naam: ‘Vrolijk België’. Aan het kiezen van die naam was een dag vergaderen voorafgegaan.

Mijn broer Jan was op de hoogte van het bestaan van Vrolijk België, en riep uit, toen hij het foonnummer van het LCF op tv zag verschijnen: ‘Haha, dat is ietske voor onze Wim!’ (want zo praten wij).

Dat was de eerste keer dat wij van Het Leids hoorden. Een machtige bedoening, zo scheen het ons toe, in het buitenland bovendien. Wij belden op en kwamen te weten dat er een VHS band moest worden opgestuurd met beelden van werk van Vrolijk België. Een optreden hadden wij niet in het verschiet. Met behulp van een vriend die in het bezit was van een camera, namen wij wat scènetjes op.

Niet veel later werden we uitgenodigd voor een auditie – een enorme belevenis: met de oude Saab 900 Turbo van Randall van Gent en Antwerpen voorbij Rotterdam naar het verre Leiden in Holland, daar in een geheimzinnig souterrain belanden en plots moeten spelen voor 4 vriendelijke blonde mensen. We werden toegelaten tot het festival en sneuvelden in de voorronde. Een avontuur zonder weerga kreeg zijn beslag. We spreken februari 1998.

Twee jaar later hield Vrolijk België op met bestaan, nog eens twee jaar later heb ik mij opnieuw aangemeld, als solist.

Ik was een man geworden en sprak uit wat ik wilde: verzinnen, spelen, doen lachen, groeien, beroeren, ontmoeten, bevrijden, mogelijkheden zien, bezweren, wegen inslaan, verleiden, applaus ontvangen. Alles waar ik al jarenlang vaagweg over gefantaseerd had, zou nu werkelijk zijn aanvang nemen. In mij was duidelijk waar het begin lag: bij een hernieuwde deelname aan het Leids Cabaret Festival. Zo is het ook gegaan.

Jonge vriend(in),

Als gij vaagweg fantaseert van verzinnen, spelen, doen lachen, groeien, beroeren, ontmoeten, bevrijden, mogelijkheden zien, wegen inslaan, verleiden, applaus ontvangen, dan weet gij wat u te doen staat.

Wim Helsen


Kees Torn (winnaar 1994) aan alle auditanten

Beste auditanten,

Dit is het leukste stadium van het hele festival, de auditieronde in De Leidse Lente. Er zijn geen hooggespannen verwachtingen, het is stampvol en het publiek zit al aan het bier. Cabaret is tenslotte begonnen met Eduard Jacobs in zijn kroeg. Van mij had het daar overigens mogen blijven. Zeker als je een zeskoppig groepje bent met een combo en decorstukken is het behelpen en het valt niet mee om het geluid goed te krijgen, maar dan kun je mooi laten zien hoe goed je kunt improviseren. Er staat tegenover dat je een informeel, laagdrempelig sfeertje cadeau krijgt, wat in de schouwburg nog wel eens anders wil liggen. Voor het publiek afhaakt, moet je het wel heel bont maken. Door bijvoorbeeld je gitaar niet te stemmen. Of geen grappen te hebben. Dit zijn zomaar wat tips. Zorg voor goede teksten, een prettige persoonlijkheid en dan zul je eens zien. Het belangrijkste is: Rust. Die haalt de ene artiest uit zelfvertrouwen of vertrouwen in het materiaal (wat op hetzelfde neerkomt), de andere uit een zekere schijt aan de gang van zaken. Niet dat je onverschillig moet zijn, maar zichzelf serieus nemen doe je maar lekker thuis, als je schrijft. Bij het spelen kun je gerust ontspannen en laten gebeuren wat er gebeurt. Dan ontspant ook het publiek.

Er zitten mensen over je te oordelen. Kun je daar niet tegen, zit je al op de verkeerde weg. En wees maar blij dat ik er niet tussen zit te fronsen. Een jaar of twintig heb ik met de jury mee zitten schrijven. Soms was ik enthousiast over een zekere deelnemer, die toch niet geselecteerd werd. Toen ik aan Helga vroeg of ze wel iets deed met mijn aantekeningen, legde ze uit dat ze die gebruikte om zinnen uit te halen voor de afwijzingsrapporten. Sindsdien wist ik dat positieve opmerkingen maken onnodig was en ik alleen maar kritisch hoefde te zijn. Bij goede deelnemers kon ik mijn pen laten liggen. Dus ben ik er toch bij en zie je mij met mijn armen over elkaar toekijken, is dat een gunstig teken.

Jullie zijn bij de organisatie in goede handen want dat zijn stuk voor stuk schatten van mensen, probeer de geluidsman Eelco Vellema te vriend te houden en dan wordt het een drukke, chaotische, maar hartstikke toffe dag. Ik wens oprecht ieder van jullie succes en veel plezier!

Hartelijke groeten, ook namens mijn vrouw,

Kees Torn


Micha Wertheim (winnaar 2004) aan de deelnemers van 2018

Beste deelnemers,

Phil Jackson, de legendarische basketbalcoach van de Chicago Bulls, schijnt met zijn spelers nooit over winnen te hebben gesproken. Nooit. Niet in de kleedkamer, niet tijdens de wedstrijd en niet tijdens de training. Over winnen heb je namelijk geen controle. Of je wint hangt bij het Leids Cabaret Festival af van een jury, het publiek en de concurrentie. Allemaal factoren waar je geen controle over hebt.

Het enige dat je kan doen, is zorgen dat je het beste optreden maakt dat je op dat moment kan verzorgen. Dat is waar je je tijdens het workshopweekend (en de rest van je leven) mee bezig moet houden. Zorgen dat je dat maakt dat je echt wilt maken. De regisseurs die tijdens het weekeinde met je werken kunnen je daar bij helpen. Niet door je te vertellen wat je moet doen, want voor je het weet ben je bezig iets te maken dat de regisseur graag wil, en dat is niet waarom je het aan het festival mee doet. Toch zullen ze je vertellen wat ze er van vinden, en zullen je je vragen dingen te veranderen of te proberen. Niet omdat ze gelijk hebben, al denken ze dat waarschijnlijk zelf wel. Maar omdat ze je zo dwingen te verdedigen waarom je doet wat je doet. Soms betekent dat dat je ze de kans moet geven. Dat je met ze mee moet gaan om te begrijpen wat ze bedoelen, voor je in de verdediging schiet. Dat is dood eng, en zeer ongemakkelijk. Gevaarlijk zelfs, omdat het je uit balans brengt. Maar ook noodzakelijk.

Toen ik mee deed met ‘Het Leids’, wilde Dick van der Toorn, dat ik ook een stukje van de voorstelling op een stoel zou gaan zitten. Mij leek dat een heel slecht idee. Cabaretiers die op een stoel gaat zitten om iets te vertellen associeer ik met oubollig theater. Wim Kan, als die naam jullie überhaupt nog iets zegt.

Toch ben ik blij dat ik mij heb laten overhalen het een paar keer met hem te proberen. Het voelde verschrikkelijk ongemakkelijk en tegennatuurlijk. Maar het zorgde er voor dat ik opeens veel beter wist waarom ik juist wilde staan en heen en weer wilde lopen. Opeens was wat ik uit mij zelf deed een keuze die ik kon verantwoorden.

Een andere tip die ik je mee wil geven is, probeer te snappen hoe leuk het is dat je dit mag doen. Eigenlijk is meedoen de prijs. Dat klinkt misschien als een nietszeggende tekst voor op een tegeltje. Maar veel leuker dan repeteren, schrijven, schaven en spelen wordt het niet. Als je daar niet van houdt, kan je het maar beter leren, want dat is waar het bij theater over gaat. Het maken. Zelfs als je ooit een voorstelling hebt die af is, zal je merken dat die nooit af is. Omdat je iedere avond weer opnieuw de voorstelling moet spelen.

Tenslotte wil ik je waarschuwen het niet te gezellig te maken. Het is natuurlijk heel leuk om met een groep mensen samen toe te leven naar het festival. Samen eten, samen drinken en misschien samen slapen. Dat is leuk, maar eigenlijk vind ik het riskant. De kunst is namelijk om als maker naar je eigen stem te luisteren. En die stem is bij de meeste van ons heel moeilijk te verstaan. Hoe meer mensen en prikkels er zijn, hoe ingewikkelder het is om je eigen koers te varen. Daarom rijd ik altijd alleen naar het theater en eet ik nooit met andere comedians voor een optreden. Blijf dus bij je zelf.

Maar wees wel aardig. Mijn ervaring is dat alle mensen die ik artistiek bewonder heel royaal zijn. Ze zijn nooit bang om complimenten en tips te geven, omdat ze snappen dat kunst maken nooit een wedstrijd is. Wees aardig voor elkaar, maar vooral ook voor al de mensen die helpen dat festival te organiseren. Of het nu de techniek is, de productie of de kassamedewerker. Vergeet niet dat je zonder hun niet eens de kans zou hebben te doen wat je mag doen. Want als iedereen t naar de zin heeft, heb je t zelf ook makkelijker.

Veel plezier dus, samen, maar voor met je zelf.

Micha Wertheim

p.s. Wat Dick van der Toorn betreft, de regisseur die mij wilde laten zitten. Drie jaar na dat ik het Leids won, heb ik hem gevraagd mijn regisseur te worden. Juist omdat ik voelde dat die oefening met het zitten iets bij mij los had gemaakt. Hij werd niet alleen mijn regisseur, hij was ook degene die mij in liet zien hoe belangrijk het is om tijdens een voorstelling rust te nemen. Als ik mijn finale over had kunnen doen was ik zeker even op een stoel gaan zitten.


Pieter Derks (deelnemer in 2004) aan de afvallers van 2018

Lieve verliezer,

Gefeliciteerd! Je hebt de eerste stap naar een succesvolle carrière gezet. Je hebt alvast aan één belangrijke voorwaarde voldaan: niet te vroeg pieken. Leuk hoor, zo’n festival winnen, maar je ziet toch vaak dat de winnaars ten onder gaan aan het succes, de volle zalen, de drank, de vrouwen, de snelle auto’s en de gillende mensenmassa’s die nu eenmaal bij het vak van cabaretier horen. Totaal onvoorbereid sjouwen ze met die loodzware trofee het pand uit, een gewisse burn-out tegemoet.

Jij hebt daarentegen alle tijd. Niemand verwacht iets van je. Dat is op dit moment waarschijnlijk ook je grote frustratie, maar geloof me, het gaat in je voordeel werken. Ik weet nog dat ik er in 2004 in de eerste ronde uitvloog, door een nog altijd niet opgehelderd misverstand. Want ik was 19 en wist zeker dat de wereld op me zat te wachten. Dus toen de jury had besloten dat het festival ook wel zonder mij verder kon begreep ik daar niets van. Ik ging om uitleg vragen in de jurykamer. Jan Fokkinga, lid van de jury en directeur van de schouwburg in Den Helder, heeft me jaren daarna elke keer dat ik hem zag gevraagd of ik nog boos was.

Het was tegen die tijd al wel een beetje gezakt. Maar ik heb nog lang op mijn verlies kunnen teren. Geen betere motivatie dan een clubje juryleden dat zegt dat je niet goed genoeg bent. Dus ik zou zeggen: koester je woede. Denk elke keer dat je op het punt staat je toch maar in te schrijven voor een studie bedrijfskunde aan dit moment terug, en denk dan: ik gun het ze niet dat ze gelijk krijgen. Mij heeft het over een paar dode puntjes heen geholpen.

Ze gaan trouwens sowieso wel gelijk krijgen. Dat is het briljante van jury’s. Als je straks toch nog succes hebt zullen ze zeggen: zie je wel, dat Leids Cabaret Festival kwam toen gewoon nog te vroeg. Hadden wij goed gezien. En als je nooit meer op een podium te zien bent zullen ze zeggen: zie je wel, toch net niet goed genoeg. Hadden wij goed gezien.

Het maakt ook niet uit. Uiteindelijk is het namelijk gewoon je eigen schuld. Het ligt niet aan de jury, niet aan het publiek, niet aan een technicus of de volgorde of de presentator – het is helemaal je eigen schuld. En dat, lieve verliezer, is het allerbeste nieuws. Misschien wil je het nu nog niet horen, maar echt: het is je eigen schuld! Hoera! Dat betekent dat je er ook zelf wat aan kan doen! Lees dat  juryrapport nog een keer terug, vraag aan je regisseur wat er anders moet, klim op ieder podium dat je maar kan vinden, doe mee aan een ander festival, of nog een keer aan deze, verlies desnoods nóg maar een keer, gooi al je teksten weg en begin opnieuw, en geef jezelf de schuld van al je mislukkingen – én al je succes. Dan is de voldoening des te groter als je over tien jaar terugkeert om in een uitverkochte Leidse Schouwburg je voorstelling te spelen. Omdat je het helemaal aan jezelf te danken hebt.

En een beetje aan mijn advies, natuurlijk. Graag gedaan.


Tim Fransen (winnaar in 2014) aan de winnaar van 2018

Hoe het Leids Cabaret Festival mij op het pad van de spirituele wijsheid bracht

In 2014 won ik de jury- en de publieksprijs van het Leids Cabaret Festival. Daarmee kwam ik op een interessant punt in mijn leven. Ik was 25 en ik had eigenlijk alles al wat een mens maar kan wensen: leuke vrienden, twee lieve ouders die nog leven, gezondheid, een mooi appartement, geen geldzorgen, en met het winnen van het Leids Cabaret Festival had ik ook nog eens erkenning.

Maar interessant genoeg bleef er na het winnen van deze prestigieuze prijs toch een gevoel van onrust en ontevredenheid. Er was geen grootse Verlossing waar ik misschien op had gehoopt.

Het deed me sterk denken aan twee dingen. Ten eerste aan de Boeddha. Voordat Boeddha zijn spirituele zoektocht naar verlichting begon, was hij een prins in het oosten van wat nu India is. Hij had een paleis, bedienden, een mooie vrouw, alle luxe en comfort die een mens zich maar kan wensen. En op een dag kreeg hij het inzicht dat al deze dingen hem niet gelukkig maakten, er was nog steeds ontevredenheid.

Hij liet alle luxe achter zich en volgde een spiritueel pad, voornamelijk door meditatie. Hij ontdekte dat we ons lijden en onze ontevredenheid alleen kunnen opheffen door afstand te doen van onze begeertes. Want zolang we begeren, ervaren we een gebrek, en zolang we een gebrek ervaren, is er ontevredenheid. En ik denk niet dat het toevallig is dat juist een rijke prins, iemand die alles heeft, tot dit inzicht komt. De Boeddha beschrijft het inzicht simpel en helder: ‘Als je alles hebt wat je verlangt, dan kom je erachter dat alles, niet alles is.’

Het tweede waar ik aan moest denken is eigenlijk hetzelfde inzicht, maar dan niet via oosterse traditie, maar via de westerse. Want een vergelijkbaar inzicht als de Boeddha wordt bezongen in het nummer ‘Een eigen huis’ van René Froger. ‘Een eigen huis, een plek onder de zon / en altijd iemand in de buurt die van me houden kon / toch wou ik dat ik niet iets vaker / iets vaker simpelweg gelukkig was. Oohoho.’ Ook René Froger heeft alles, maar het lukt hem niet om simpelweg gelukkig te zijn. Min of meer hetzelfde inzicht als de Boeddha.

Het grote verschil tussen deze twee is natuurlijk, dat de Boeddha na dat inzicht een spiritueel pad heeft gevolgd dat hem in een toestand van verlichting heeft gebracht, en René Froger miljoenen is gaan verdienen door in de Amsterdam Arena met Gerard Joling en Jeroen van de Boom in een glitterpak middelmatige covers te doen van grote artiesten.

Na mijn overwinning op het Leids Cabaret Festival heb ik heel erg het gevoel dat ik op een kruispunt ben aanbeland, dat ik voor de keuze gesteld sta welke van die twee wegen ik wil kiezen. En je zou zeggen dat de keuze behoorlijk voor de hand ligt. Aan de andere kant kan het nog wel even duren voordat er weer een plekje vrij komt bij de Toppers. Dus in de tussentijd blijf ik nog maar even mediteren.

Tim Fransen