Naar boven

Verslag Wim Helsen op LFF

 
Paulo van Vliet heeft afgelopen zondag verslag gedaan van de laatste 'Comedy&Cinema'-avond van het Leids Film Festival. Op deze late zondagavond was het de beurt aan oud LCF-finalist Wim Helsen om zijn favoriete film te voorzien van een gepeperde inleiding.

Het Leids Cabaret festival en Het Leids Filmfestival (vierde editie) slaan de handen ineen. De cabaretiers Micha Wertheim, André Manuel en Wim Helsen voorzien door hen gekozen films van een inleiding. Op 1 november was het de beurt aan Wim Helsen, finalist Leids Cabaret Festival 2002, winnaar van de Neerlands Hoop met zijn eerste programma, en van de Poelifinario met zijn tweede. Hij koos de film C’est arrivé près de chez vous.

De cabaretier. Wim Helsen is als geen ander in staat om doormiddel van een personage dat hij een hele voorstelling volhoudt emotie over te brengen. Hij ontroert en inspireert. Volgens velen zette hij met zijn drie programma’s tot nu toe een nieuwe norm voor het Nederlandse en Vlaamse cabaret. Zijn stijl wordt absurdistisch genoemd maar in zijn theatershows is de algemene toestand van de mens niet per se doel- of zinloos. Wel vaak tragisch. De tragiek van zijn karakters, de precisie en de kracht van zijn performance en de schoonheid van zijn taal getuigen van een persoonlijke stellingname. Ze dragen een levenshouding uit waaraan men zich kan spiegelen, zo men wil.

De film. C’est arrivé près de chez vous, ook wel Man bites dog genoemd, is een fake documentaire over een luchtig over zijn werk en filosofieën koutende beroepsmoordenaar. De film veroverde in 1992 ontelbare harten plus de internationale persprijs op het filmfestival in Cannes. De in zwart/wit gedraaide low budget productie dankt veel aan de hoofdrolspeler, de Waalse Benoît Poelvoorde, die eruit ziet als een kruidenier. In de film benadert hij zijn bloedige beroep als een middenstander; praktisch, onderkoeld en trefzeker. Het zou mij niet verbazen als deze Benoît, in de film steeds in pak, uitermate subtiel in zijn spel, vaak met pretlichtjes in de ogen, een held is van Wim Helsen.

De avond. In zaal 1 van Het Kijkhuis werd Wim Helsen door zo’n vijftig man onthaald op een warm welkomstapplaus; ze waren blij om hem te zien, en verheugd over zijn filmkeuze. Hij begon met te vragen wie de film kende. Toen iemand de hand opstak, zei hij: ‘Ja, dat was niet echt een vraag.’ Ah, zo’n avond werd het. Wat de film volgens Wim Helsen de moeite waard maakt, is dat er iets te kijk wordt gezet, en wel het grenzeloze cynisme van TV makers. Het moet altijd sneller en grover. Hij plaatst het in de context van programma’s zoals Jambers, waarover toentertijd in Vlaanderen veel gesproken werd. Dat maakt het een goede film. Maar er is nog iets dat de film zijn waarde geeft. Toen de film verscheen, was het lang niet zo bekend als het daarna is geworden dat je een verhaal ook kunt vertellen in de vorm van een namaakdocumentaire. Reden voor deze keuze was geldgebrek en te weinig middelen. Wim Helsen vindt het inspirerend om te zien hoe de makers zijn omgegaan met hun beperkingen.

Gaandeweg blijkt dat ze het niet bij het uitgangspunt hebben gelaten. Ze gaan er speels mee om en vinden steeds nieuwe manieren om te verrassen. Als voorbeeld noemde Wim Helsen een scène waarin de geluidsman iets zoekt op een andere plek dan waar de hoofdfiguur zich bevindt, zodat beeld en geluid gescheiden worden. Hij prees Benoît Poelvoorde, tegenwoordig één van de betere acteurs van Frankrijk, om het schijnbaar achteloze talent waarmee hij een gevoelloze, vieze mens neerzet naar wie je toch gefascineerd blijft kijken. Zijn karakter is zelfingenomen, manipulatief, hij moordt erop los, hij vertegenwoordigt al het slechte waar een mens toe in staat is. De nuance die Poelvoorde in zijn spel aanbrengt, zijn charme en de alledaagsheid waarmee hij de grootste gruwelijkheden begaat, hebben Wim Helsen na het zien van de film, en een andere met Benoît, Les convoyeurs attendent, zo geïnspireerd en geïnstrueerd dat hij besloot een podium op te stappen om hetzelfde te proberen. ‘En dat wordt dan natuurlijk iets anders,’ zei hij.

   Er valt veel te lachen in C’est arrivé, en volgens Wim Helsen is het zo dat je, als je lacht, jezelf opent waardoor de inhoud dieper binnenkomt. ‘Ik zal niet uitweiden met mijn theorie daarover, hoewel het een interessante theorie is, hoor,’ verzekerde hij ons. Het meest inspirerende vind hij de speelse manier waarop de film gemaakt is, en het gemak waarmee van filmconventies wordt afgeweken, zoals bij een scène in een ziekenhuis waarin een oude man een verpleegster met de grond gelijk maakt. Het gegeven komt nergens terug, toch versterkt de scène volgens Helsen datgene wat de film wil doen gebeuren.

Het was de beurt aan de film om ons mee te voeren in een humoristische achtbaan vol gewelddadigheid en grimmigheid, waarin passieve medeplichtigen actieve daders worden en een aanvankelijk sympathieke kletskous een stijgende afkeer oproept, tot het lachen je vergaat. Dit alles geschoten in prachtige zwart/witbeelden, van een frisheid en bevlogenheid die je wakker houdt en tot nadenken stemt over je eigen rol in het leven. Het leek wel een voorstelling van Wim Helsen.

2 november 2009 – Paulo van Vliet

Lees hier het verslag van Paulo van Vliet over André Manuel - The Good, The Bad and The Ugly

Lees hier het verslag van Paulo van Vliet over Micha Wertheim - In the Loop

< terug