Verslag André Manuel op LFF |
|
| Paulo van Vliet heeft wederom verslag gedaan van een 'Comedy&Cinema'-avond op het Leids Film Festival, dit maal verzorgd door André Manuel. | |
|
Het Leids Cabaret festival en Het Leids Filmfestival (vierde editie) slaan de handen ineen. De cabaretiers Micha Wertheim, André Manuel en Wim Helsen voorzien door hen gekozen films van een inleiding. Op 29 oktober was het de beurt aan André Manuel, winnaar jury en publieksprijs Leids Cabaret Festival 1990, met de film The Good, the Bad and the Ugly. De cabaretier. André Manuel gaat al jarenlang zijn eigen gang met volstrekt eigenzinnige, scherpe programma’s waarin hij, vaak vanuit de onderbuik, de actualiteit en ander leed aan de kaak te stelt. In zijn voorstellingen laat hij zich niets gelegen liggen aan wat de publieke opinie, de burgerij, de Christenen, de Joden of de Moslims welgevallig is. Daarnaast is hij een begenadigde musicus die, al of niet in het Twents, prachtige ballades en popnummers heeft geschreven en vertolkt. Je vraagt je af of zijn keuze voor deze film mede bepaald is door de score van Ennio Morricone, de meester van geïntegreerde muzikale omgevingsgeluiden, snerpende gitaren en bonkende pauken. De film. The Good, the Bad and the Ugly, de klassieker van Sergeo Leone uit 1966, misschien te zeer overschaduwt door Once upon a time in the West van twee jaar daarna om van een meesterproef te spreken, maar de bekendste en grootschaligste van zijn eerste drie spaghettiwesterns. Wat de schaal van het verhaal betreft, is de film te zien als wegbereider voor het latere A fist full of dynamite, vanwaar een lijn te trekken is naar het megalomane Once upon a time in America. De avond. Met zo’n tachtig man in zaal 1 van Het Kijkhuis in Leiden was het prettig druk. De sympathieke, immer montere André Manuel had nog geen woord gezegd of er stonden al drie struise blonde dames op en liepen voor hem langs de deur uit. Hij ging achter ze aan, draaide zich in de deuropening om naar de achterblijvers en zei: ‘Ik zit ook in de verkeerde zaal.’ ‘The Good, the Bad and the Ugly,’ begon hij even later, en wees op de deur. ‘Ze liepen trouwens net weg.’ De derde film van Sergeo Leone’s Dollar trilogy is één van André Manuels favoriete rolprenten. ‘Apocalyps now was niet beschikbaar,’ verduidelijkte de cabaretier, ‘ Pi was uitgeleend aan Wim Helsen, en porno mocht niet.’ De geweldige muziek gaf de doorslag bij de keuze. ‘Ennio Morricone heeft ons leren fluiten,’ zei hij, en floot het bekende heen en weer schietende deuntje dat het thema van de score is. Hij vertelde dat de film is opgenomen in Spanje en Italië, waarbij gebruik werd gemaakt van Italiaanse extra’s; die mochten niet praten, of ze werden later nagesynchroniseerd. Volgens Manuel heeft Leone meer oog voor beeld, dan oor voor dialoog, wat zich bij uitstek toont in machtige close-ups en het desolate uitzicht op een door de woestijn razende postkoets met op hol geslagen paarden ervoor. ‘Het is een echte mannenfilm,’ vervolgde hij, ‘dat zag je net al; alle vrouwen liepen weg. De vrouwen op het scherm worden met de vlakke hand in het gezicht geslagen, ze raken niet zwanger - dat maakt het een overzichtelijke film.’ Manuel vertelde dat het de eerste film was die hij op groot scherm zag, in een aula in Diepenheim. Daarna probeerde hij met zijn vriendjes op de bijbehorende begraafplaats een kist met goud op te graven. Over de casting merkte hij op dat Eli Wallach, die The Ugly speelt, vaak sympathieker over komt dan Clint Eastwood, die aan zijn vertolking van The Good een kwaadaardige slinger weet te geven. De gevaarlijke Lee van Cleef als The Bad maakt het feest compleet. ‘Opvallend is,’ lichte Manuel eruit, ‘dat het geweld in de film uitermate lang en tergend traag wordt voorbereid, maar steeds zo voorbij is, in tegenstelling tot in veel Amerikaanse films uit dezelfde tijd, waarin bloederige scènes in slow motion te zien zijn, en een sterfscène soms de halve film in beslag neemt.’ Hij vindt Leone dan ook een bijzonder economische verhalenverteller, met gitzwart materiaal, dat wel. De agressie van de hoofdpersonen valt in het niet bij de burgeroorlog, de schrijnende achtergrond waartegen het verhaal zich afspeelt, en waar de hoofdrolspelers uiterst subtiel ingezogen worden - steeds komt er iemand een slachtoffer of een dader tegen - tot eraan ontkomen onmogelijk is geworden. Dit alles wordt begeleid door muziek die opzweept en je bij de les houdt. ‘Na deze inleiding kan de film alleen maar tegenvallen,’ besloot Manuel, ‘maar prijs uzelf gelukkig dat ik niet de laatste van Kabouter fucking Plop heb uitgekozen.’ Toen volgde de 160 minuten (!) durende film over drie mannen die elkaar vliegen afvangen bij het najagen van een kist goud, waarbij ik soms even wegdroomde naar mijn eerste cinema-ervaring. Ik was twaalf, Once upon a time in the West draaide in de allang verdwenen bioscoop Camera aan het begin van de Hoge Woerd in een versie van volgens mij wel vier uur. Op zaterdagmiddag, met slechts een handjevol medekijkers, zakje chips erbij, flesje prik, en gaan. Een film als The Good, the Bad and the Ugly in een zaal als dit - prima scherm, adequaat geluid, gelukkig geen Pathé, dat zou niet passen – af en toe een hele scène niet lip sync, hier en daar slecht nagesynchroniseerd, met daarbij de omstandigheid dat mijn ogen soms dichtvielen, het maakte allemaal niet uit. Ik liet me meevoeren met het slepende ritme, het intense spel en de muziek die af en toe mijn hart deed opveren, en was dik tevreden. 30 Oktober 2009 – Paulo van Vliet
Lees hier het verslag van Paulo van Vliet over Micha Wertheim - In the Loop Lees hier het verslag van Paulo van Vliet over |